Aan de slag
Inventariseren Onderzoeken
Voorbereiden Uitvoeren
Voorbereiden Uitvoeren
Praktijkvoorbeelden

Samenwerkingsverband

Definitie

Onder samenwerkingsverband verstaan we de samenwerking rondom de individuele hulpvrager op regionaal of landelijk niveau tussen verschillende grote en kleine zorg- en/of welzijnsorganisaties en/of overheden, financiers (zoals gemeenten, zorgverzekeraars) en regionale of nationale belangenorganisaties die samen een doel willen bereiken betreffende het voorkomen, vervangen en/of verplaatsen van zorg.

Binnen dit thema worden adviezen gegeven over samenwerking bij het leveren van zorg, over het opzetten van een regionaal of landelijk samenwerkingsverband en over samenwerking binnen een project. Ook worden adviezen gegeven over het samenwerkingsklimaat.

Adviezen over samenwerking in het leveren van zorg

Bepaal als initiatiefnemer(s) op welke manier de samenwerking rondom de individuele hulpvrager wordt vormgegeven, met als doel de kwaliteit van zorg te optimaliseren. Bij het leveren van zorg kan door professionals op verschillende manieren samengewerkt worden, denk bijvoorbeeld aan multidisciplinaire en interprofessionele samenwerking. De flowchart Welke samenwerkingsvorm kiezen kan daarbij helpen. Denk ook aan samenwerking met het sociale domein.
Samenwerken met andere professionals kan op verschillende niveaus. Voor de hulpvrager is het fijn wanneer behandelplannen op elkaar afgestemd zijn. Bij multidisciplinair samenwerken (zie tabel 2) werken de professionals van verschillende disciplines aan een gezamenlijk probleem, elke discipline vanuit het eigen perspectief, met eigen vaktaal en logica, en professionals willen eigen doelstellingen realiseren (Zaalen van, Deckers, Schuman, 2023). Bij interprofessionele samenwerking (zie tabel 2) werken meerdere professionals, met verschillende professionele achtergronden (zorg en welzijn) samen. Vaak bij hulpvragers met een complexe zorg- en/of ondersteuningsvraag, waarbij integratie van inzichten vanuit verschillende disciplines noodzakelijk is.

In dit proces wordt de hulpvrager en zijn sociale netwerk actief betrokken. Er wordt intensief samengewerkt aan een gezamenlijk doel, vanuit een holistische en persoonsgerichte visie en taken worden na onderling overleg verdeeld (Tsakitzidis & Van Royen 2012; Cobben, Van Dongen, Van Bokhoven & Daniëls 2016, Barr et al, 2005, Reeves et al, 2010). Het is belangrijk om te weten wat andere professionals te bieden hebben (zie ook Zorg voor duidelijkheid over taken van professionals).

Bij mogelijke handelingen over de grenzen van het beroep heen, maak dan concrete afspraken over wie wat doet en wanneer je doorverwijst. Bijvoorbeeld wanneer je afspreekt dat de fysiotherapeut wel wat algemene voedingsadviezen geeft, maar bij medische aandoeningen verwijst naar de diëtist. Dit om o.a. gelijke behandeling van hulpvragers te waarborgen.
Tabel 2: Verschillen tussen multidisciplinaire en interprofessionele samenwerking
Kennmerk Multidisciplinair Interprofessioneel
Meerdere disciplines betrokken Ja Ja
Overleg en bijeenkomsten Soms Ja
Gemeenschappelijke visie Mogelijk Ja
Gelijkwaardige disciplines Mogelijk Ja (één zorgplan)
Afspraken over taakverdeling Mogelijk Ja
Kennis van elkaars vakgebied Mogelijk Ja
Holistische aanpak Nee Ja
Hulpvragen gecentreerd Ja, op monodisciplinair niveau Ja, op gezamenlijk niveau
Eén aanspreekpunt voor de hulpvrager Nee Ja
Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor uitvoering zorgplan Nee Ja
Uitvoeren van domein overstijgende teamactiviteiten Nee Mogelijk
Praktijkvoorbeeld EDOMAH
Het paramedisch platform MOB heeft in haar regio gewerkt aan het verbeteren van de regionale samenwerking bij dementie. Een eerste stap was het ontwikkelen van een website met een interactieve domeinenkaart om te zorgen dat iedereen weet op welke manier elke paramedische discipline kan bijdragen aan de ondersteuning voor mensen met dementie en naasten. Zie hier voor meer informatie over het EDOMAH-project.

Adviezen over samenwerking binnen een project

Kleine projecten met weinig stakeholders gericht op kleine veranderingen

waarin 1 of 2 projectleden de rol van projectleider op zich nemen. Maak frequent afspraken om te voorkomen dat doelstellingen in de mist verdwijnen, en maak een duidelijke rolverdeling.

Praktijkvoorbeeld EDOMAH
De praktijkhouder van een eerstelijns ergotherapiepraktijk merkt dat veel huisartsen het EDOMAH-programma en de rol van de ergotherapeut bij dementie niet kennen. Omdat de ziekte progressief is, is vroege doorverwijzing belangrijk zodra problemen met dagelijkse activiteiten of participatie ontstaan. In de regio gebeurt dit nu vaak te laat. Om tijdige en passende verwijzingen te bevorderen, heeft de praktijkhouder een klein project opgezet. Met behulp van de routekaart is bepaald hoe dit kleinschalig wordt aangepakt, samen met een collega-ergotherapeut. Er wordt gestart met het benaderen van huisartsen, met mogelijk later uitbreiding naar andere paramedici. Zie hier voor meer informatie over het EDOMAH-project.

Grote projecten gericht op complexe veranderingen

Er zijn veel verschillende verandermodellen. De volgende adviezen worden is alle verschillende modellen gegeven:

 

  1. Formuleer een gezamenlijke visie en doelstelling;
  2. Zorg voor draagvlak en motivatie voor de verandering;
  3. Zorg voor een goede leider en projectteam;
  4. Schrijf een concreet plan om tot de verandering te komen;
  5. Zorg voor voldoende middelen;
  6. Zorg voor de juiste inzet van competenties van organisaties en mensen.

 

Wanneer een van bovenstaande factoren mist, kan er verwarring of weerstand ontstaan. Voorbeelden van verandermodellen zijn:


Praktijkvoorbeeld Zorggroep Almere

 

In Almere biedt een samenwerkingsverband tussen fysiotherapeuten van Zorggroep Almere, afdeling orthopedie van het Flevoziekenhuis, de regio huisartsen organisatie Almere en het schoudernetwerk Flevoland het Transmuraal Schouderspreekuur Almere (TSA) aan. Dit is een gezamenlijk spreekuur van huisartsen en fysiotherapeuten, gespecialiseerd in schouderklachten die nauw samenwerken met orthopedisch chirurgen van het Flevoziekenhuis.

 

Binnen het spreekuur wordt het probleem van de hulpvrager met aanhoudende schouderklachten vanuit een breed perspectief in kaart gebracht. Mensen worden door de huisarts naar het spreekuur verwezen. Er wordt gewerkt met een projectleider die zorgt voor overzicht die voor stakeholders de aanspreekpersoon is. Zie hier voor meer informatie over Transmuraal Schoudernetwerk Almere.

Adviezen opzetten regionaal of landelijk samenwerkingsverband

In de Visie op de eerstelijn 2030 wordt professionals geadviseerd zich te organiseren in zowel monodisciplinaire als multidisciplinaire samenwerkingsverbanden. Vanuit elk monodisciplinair samenwerkingsverband neemt dan een gemandateerde afgevaardigde deel aan het multidisciplinaire samenwerkingsverband. Zie hier voor meer informatie over de plannen rondom de regionale eerstelijns samenwerkingsverbanden tot 2030. Er is geen compleet overzicht van bestaande paramedische samenwerkingsverbanden, maar enkele staan genoemd op de website van Paramedisch Platform Nederland en op de website van het Koninklijk Nederlands Genootschap Fysiotherapie. Daarnaast zijn er regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden (RESV’s). ZonMw heeft tussen 2023 en 2026 subsidieregelingen beschikbaar gesteld voor alle RESV’s, de regio’s zijn te vinden op de website van ZonMw.

Bij landelijke opschaling is het belangrijk om een landelijk samenwerkingsverband te realiseren. Zie voor inspiratie over paramedische samenwerkingsverbanden het inspiratiedocument van Robuust.
Integrale zorg betekent dat de zorg vanuit verschillende disciplines goed gecoördineerd is rondom de hulpvrager en er vanuit een holistische visie gekeken wordt naar de hulpvrager en diens problemen, wensen en behoeften (Zorg Voor Beter). Hiervoor zijn samenwerkingsvormen nodig die dit faciliteren.
Als onderlegger voor het bieden van integrale zorg kan het Regenboogmodel gebruikt worden.
Maak voor het identificeren van samenwerkingspartners bijvoorbeeld gebruik van een stakeholderanalyse. Zie voor meer details “Adviezen over het creëren van draagvlak ” in het thema motivatie en draagvlak.
Stel binnen het samenwerkingsverband een gezamenlijke visie op. Neem hierin ook de visie op de inhoudelijke zorg mee. Bepaal daarnaast overstijgende doelen en de onderlinge taakverdeling. Een visie waar iedereen achterstaat is een belangrijke voorwaarde om succesvol aan het gezamenlijke doel te kunnen werken. Zie ook “Adviezen over samenwerking binnen een project” in dit thema. Denk na over een gemeenschappelijk reden voor verandering en zorg dat ook het belang van de doelgroep daarin meegenomen wordt. Voor inspiratie over het betrekken van de doelgroep zie participatiekompas.
Leg de afspraken vast in een samenwerkingsovereenkomst. Zorg dat oplossingen voor problemen worden besproken en onderhandeld met alle stakeholders.

De volgende overeenkomsten zijn mogelijk helpend voor projecten die de kansrijkheid (fase 1) in kaart brengen:

Voor projecten die een interventie gaan implementeren in 1 regio (fase 2) , zijn meer specifieke overeenkomsten mogelijk meer helpend. Een aantal voorbeelden zijn:

Bij projecten die landelijk opschalen (fase 3) en meerdere grote samenwerkingsgroepen (consortia) bevatten is onderstaande overeenkomst mogelijk helpend. Kanttekening is dat deze overeenkomst gericht is op onderzoek.
Maak duidelijke afspraken over de rollen en taken van iedere organisatie binnen het samenwerkingsverband.
Er zijn verschillende tools te vinden om afspraken te maken, bijv. de Partnerschapskaart. Ook de Netwerkzorg Dichtbij Wijzer is een hulpmiddel gericht op succesvolle samenwerking dat zich zowel op beleidsniveau als op samenwerking rondom de hulpvrager richt. Over de verbinding tussen medisch en sociaal domein heeft Pharos een Infosheet gemaakt met goede voorbeelden van samenwerken in de wijk.
Heb oog voor de organisatie van het samenwerkingsverband door afspraken te maken over de frequentie en doel van overleggen, rollen en taken en over het evalueren van de samenwerking en de doelen.

Bepaal welke personen verantwoordelijk zijn voor de organisatie. Deze personen hebben een gevoel van urgentie m.b.t. het op te lossen probleem, intrinsieke motivatie en doorzettingsvermogen. Maak ook concreet hoe de (secretariële) ondersteuning van het samenwerkingsverband wordt vormgegeven.  Sluit zoveel mogelijk aan bij de huidige werkwijzen van de samenwerkende organisaties en maak gebruik van bestaande samenwerkings- en overlegstructuren in de regio, gemeente, wijk of buurt. Denk daarbij ook aan samenwerkingen met het sociale domein .
Wanneer door de interventie de juridische verantwoordelijkheden verschuiven, is het van belang dat hier duidelijkheid over bestaat binnen de samenwerking, zie Substitutie van zorg (FMS).
Governance gaat over het besturen en beheersen van de organisatie van het samenwerkingsverband en de verantwoordelijkheid en de zeggenschap binnen het samenwerkingsverband. Concrete afspraken over de organisatie, verantwoordelijkheid en zeggenschap worden vastgelegd in de governance document. Zie voor meer informatie en inspiratie de Governancecode Zorg en de handreiking ‘Aan de slag met regionale governance ’.

Adviezen samenwerkingsklimaat

Binnen het samenwerkingsverband is er een open cultuur, met (aandacht voor) gelijkwaardigheid tussen hulpvragers en professionals.
Er zijn verschillende toolboxen om een gelijkwaardige samenwerking aan te leren en te trainen. De toolbox van de Federatie Medisch Specialisten gaat o.a. over het opbouwen van interprofessionele relaties en het werken vanuit een professionele cultuur.
Ook zijn er verschillende werkvormen beschikbaar die ondersteunend zijn om het interprofessioneel samenwerken, leren en opleiden te bevorderen. Een lerende houding is van belang, een mentor of coach kan een positieve bijdrage leveren aan de gewenste leercultuur.
Bij samenwerking is het belangrijk om te werken vanuit vertrouwen en gedeelde belangen.
De volgende thema’s zijn belangrijk voor een goed samenwerkingsklimaat: passende ondersteuning, cultuur gericht op verandering, (sociale) veiligheid, actieve participatie, elkaar kennen, bespreken van strijdige belangen tussen diensten of disciplines. Houd onder andere rekening met cultuurverschillen tussen professionele groepen. Werk aan vertrouwen door positieve ervaringen te delen en een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen.
Bij samenwerking tussen verschillende organisaties (interorganisationele samenwerking) zijn er verschillende soorten leiderschap. Het is op alle niveaus belangrijk om zorg te dragen voor sterk, actief, samenwerkend en betrokken leiderschap. De projectleider heeft een verbindende, faciliterende en aanjagende rol. Bij een tijdelijke aanstelling van een projectleider moet tijdig bedacht worden hoe leiderschap geborgd kan worden binnen het samenwerkingsverband.
Het heeft de voorkeur om de samenwerking niet te veel juridisch te formaliseren. Gebruik voor het deel dat geformaliseerd moet worden de volgende handreiking waarin ook verschillende vormen van samenwerking staan benoemd: handreiking juridische entiteit.
Voor een goede samenwerking is periodiek en fysiek contact tussen professionals van belang, zie bijvoorbeeld kwaliteitsaspecten MESO-project.
Besluitvorming voortgang
Besluit op basis van de evaluatie over de voortgang:
  • Maak bij positieve resultaten een borgingsplan en overweeg opschaling naar meer regio’s.
  • Overweeg bij minder positieve resultaten aanpassing van het opschalingsplan en doorloop fase 3 opnieuw