Het effect van de interventie op de kwaliteit van de zorg,de gezondheid van de bevolking, de kosten van zorg, de tevredenheid van zorgprofessionals en gezondheidsgelijkheid.
Om het draagvlak te vergroten en de kans op structurele financiering te vergroten moet de meerwaarde (impact) van de paramedische interventie aangetoond worden. Start met het inventariseren van het (wetenschappelijk) bewijs dat al beschikbaar is over de impact van de paramedische interventie in witte en grijze literatuur. Wanneer er geen of onvoldoende bewijs is over de impact, doe dit dan zelf. Gebruik hiervoor een methode voor impactanalyse (zie “Gebruik het Quintuple Aim-model als leidraad om impact te evalueren”).
Het in kaart brengen van de impact van de interventie is belangrijk om te bepalen hoe kansrijk de interventie is. Een interventie wordt gezien als kansrijk wanneer dit bijdraagt aan de transformatie naar passende zorg.
Passende zorg is waarde-gedreven. Dit betekent dat er aanwijzing zijn dat de zorg effectief is, meerwaarde heeft voor de cliënt, met daarnaast een doelmatige inzet van mensen, middelen en materialen. Het aantonen van de impact is vaak een voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op structurele financiering van de interventie, bijvoorbeeld vanuit het basispakket verzekerde zorg.
| Domein | Methode dataverzamelen | Beschrijving Methode |
|---|---|---|
| Kwaliteit van zorg | Gezondheids- of tevredenheidsonderzoek van individuele hulpvragers | Gebruik uitkomsten op individueel niveau. Denk daarbij aan patient-reported outcome measures (PROMs). PROMs zijn vragenlijsten waarin de hulpvrager wordt bevraagd op de ervaren gezondheid en/of kwaliteit van leven. Er bestaan generieke PROMs en ziektespecifieke PROMs. Lees meer over PROMS. Daarnaast kunnen observaties of fysieke testen worden gebruikt. Selecteer uitkomstmaten waar de doelgroep voordeel bij heeft. Lees ter inspiratie het Raamwerk Klinimetrie voor Evidence Based Products bekijken van het KNGF. Pharos heeft een handreiking voor Begrijpelijke vragenlijsten – de basis voor goede zorg. |
| Tevredenheid van zorgprofessionals | Medewerkerstevredenheids-onderzoek | Het evalueren van de tevredenheid van zorgprofessionals en ander personeel kan inzicht geven in hun ervaringen op de werkplek en helpen bij het identificeren van gebieden voor verbetering om de zorg professionalstevredenheid te vergroten. Werktevredenheidsvragenlijst, Werk-prive balans vragenlijst, Specifieke personeelsvariabelen zoals: burn-out (de Maslach Burn-out Inventory), verloop en verzuim. Kwaliteit van multidisciplinaire samenwerking (Team Climate Inventory (TCI)). |
| Kosten van de gezondheidszorg | Kosten-batenanalyse en/of financiële evaluatie | Het analyseren van de kosten en baten van verschillende zorginterventies, kan helpen bij het optimaliseren van de middelen en het verbeteren van de kosteneffectiviteit van de zorg. Denk bijvoorbeeld aan het aantal opnames en opname duur. Kosteneffectiviteit is één van de 4 criteria om te beoordelen of zorg wel of niet vergoed kan worden uit het basispakket van de zorgverzekering. |
| De volksgezondheid | Gezondheidsresultaten-analyse | Het meten van gezondheidsresultaten op populatieniveau, zoals mortaliteit, morbiditeit, levensverwachting, functioneren, participatie en kwaliteit van leven kan helpen bij het evalueren van de effectiviteit van zorginterventies en het verbeteren van de gezondheid van de bevolking. Verken mogelijkheden voor gebruik van bestaande initiatieven waarin op regioneel en/of netwerkniveau gegevens worden verzameld. Denk aan MONDAY, landelijke databases in de fysiotherapie (LDF) en de Landelijke database Kwaliteit (LDK). |
| Gezondheidsgelijkheid | Vastleggen van sociale determinanten die gezondheidsverschillen veroorzaken. Bij het monitoren nagaan of er verschillen zijn in toegang tot de interventie op basis van die kenmerken. | Er zijn drie bronnen van ongelijkheid. Afhankelijk van het doel van het project dient naar 1 of meerdere bronnen gekeken te worden bij het monitoren en evalueren. De drie bronnen zijn: De mate waarin de landelijke cultuur en het beleid zorgt voor ongelijkheid. De sociale positie van een persoon. Mate waarin iemand gewaardeerd wordt en grip heeft op werk-en leefomstandigheden. Indicatoren van sociaal-economische status (inkomen, opleiding en werk, gender en ethniciteit). |
| Methode | Beschrijving | Stappen |
|---|---|---|
| Werken met impact (NWO) | De NWO heeft een publiek toegankelijke workshop op haar website staan die onderzoekers, samenwerkingspartners en co-financiers helpt tot het bereiken van maatschappelijke impact. De workshop bevat handige filmpjes, tools en een werkdocument. | De workshop maakt gebruik van de ‘theory of change’. |
| Maatschappelijke businesscase | Door middel van een maatschappelijke business case wordt de interventie vanuit vier perspectieven benaderd:
| De maatschappelijke business case bestaat uit vijf stappen:
|
| Social Return on Investment (SROI) | Met de SROI-methode wordt de maatschappelijke impact van een interventie bepaald voor de betrokken stakeholders. Deze methode helpt om te bepalen wat de toegevoegde waarde is van investeringen in de maatschappij en deze inzichtelijk te maken. Een SROI vraagt specifieke kennis en het is raadzaam deze methode te uit te voeren in samenwerking met iemand die hiermee bekend is. | De SROI bestaat uit vier stappen:
|
| De Impact Methode | De Impact Methode heeft als doel om het mechanisme van de innovatie te ontrafelen en geeft ook handvatten om de impact te kunnen verbeteren. | De impactmethode bestaat uit vijf stappen:
|
Praktijkvoorbeeld InterGAIN
De kostenevaluatie van de interventie binnen InterGAIN is in de projectaanvraag slechts beknopt toegelicht. De complexiteit die gepaard gaat met het zorgvuldig in kaart brengen van de financiering van de interventie in de eerstelijnszorg werd pas in een later stadium duidelijk. Het invullen van de checklist uit de PAREL-S routekaart bood waardevolle inzichten in de verschillende aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. In een vervolgtraject zal het thema financiën nadrukkelijker aan bod komen en concreter worden uitgewerkt, zodat een kwantitatieve evaluatie mogelijk wordt. Zie hier voor meer informatie over INTERGAIN.
Een uitgebreide inschatting van de (financiële) impact vindt plaats in fase 1 (kansrijkheid bepalen). In de latere fasen is het belangrijk om deze inschatting bij te stellen wanneer er nieuwe data, kennis en ervaringen beschikbaar zijn.
Gebruik gegevens die al door organisaties binnen het samenwerkingsverband verzameld worden om de impact te monitoren. Wettelijk gezien moeten organisaties al gegevens verzamelen over bijvoorbeeld de kwaliteit van zorg. Maak hier, waar mogelijk, gebruik van. Op die manier is er geen extra administratielast.
Om op regionaal niveau te monitoren is het wel belangrijk dat binnen het samenwerkingsverband hetzelfde instrument gebruikt wordt om te monitoren.
Bewijslast is nodig om draagvlak te krijgen voor de interventie bij professionals en andere stakeholders zoals financiers. Op sommige domeinen zal al veel bewijslast zijn en voor andere minder. Dit bepaalt op welke domeinen van het quintuple aim de focus wordt gelegd. Daarbij is het laten zien van het effect van de interventie vaak een voorwaarde om (overheids)financiering te krijgen en motiveert het stakeholders om mee te werken aan de implementatie.
Zie hier voor uitgebreidere informatie over o.a. de nodige bewijslast voor verschillende financieringsroutes.
Leg de gevonden bewijslast systematisch vast en rapporteer zodat het gedeeld kan worden met potentiële financiers of met andere regio’s die ook met de interventie aan de slag willen.