Ga eerst na of de routekaart geschikt is voor jouw situatie. Hieronder lees je welke onderbouwing minimaal nodig is en hoe je het niveau van bewijs kunt bepalen. Deze stappen zijn gebaseerd op de criteria die het RIVM gebruikt bij het beoordelen van interventies voor de interventiedatabase (www.loketgezondleven.nl).
Kijk of de interventie wordt genoemd in recente Nederlandse richtlijnen die door de paramedische beroepsgroep(en) geaccordeerd zijn. Kijk zowel in mono- als interdisciplinaire richtlijnen. Kijk ook naar niet paramedische richtlijnen waar paramedische interventies in aanbevolen kunnen worden.
Kijk of er wetenschappelijke bewijs is over de effectiviteit van de paramedische interventie.
Zoek hiervoor in de wetenschappelijke literatuur. Maak hiervoor bijvoorbeeld gebruik van Google scholar of pubmed.
Als er wetenschappelijk bewijs gevonden is, bepaal dan of er minstens eerste aanwijzingen zijn dat de interventie werkt. Dit betekent dat er minimaal twee studies met lichte bewijskracht moeten zijn die laten zien dat de paramedische behandeling effectief kan zijn, of één studie met vrij sterke bewijskracht.
Van deze studies moet er ten minste één in Nederland zijn uitgevoerd. De tweede studie mag ook een review, meta-analyse of een (inter)nationale studie zijn, zolang de interventie voldoende vergelijkbaar is met de paramedische interventie die jij wilt invoeren.
In de tabel hieronder staat een uitleg over de verschillende niveaus van bewijs. Vraag eventueel een onderzoeker om hulp bij het beoordelen van het bestaande bewijs.