Aan de slag
Inventariseren Onderzoeken
Voorbereiden Uitvoeren
Voorbereiden Uitvoeren
Praktijkvoorbeelden

Doelgroep

Definitie

De groep mensen die (extra) risicolopen en/of baat (kunnen) hebben bij het inzetten van paramedische interventies.

Algemene Adviezen

Betrek vanaf de start de inbreng van de doelgroep en/of naasten bij het project. Zorgt de paramedische interventie voor gezondheidswinst, betere zorg en/of meer kwaliteit van leven? 
Zie voor inspiratie de participatieladder en Kickstarter voor onderzoekers van INVOLV (voorheen PGO-support).

Heb extra aandacht voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden denk aan laaggeletterdheid, een migratieachtergrond en/of een lage Sociaal Economische Status.

Zie Handreiking In contact komen met moeilijk bereikbare doelgroepen en Informatie en een
e-learning over samenwerken met de mensen om wie het gaat. Op deze webpagina staat informatie over samenwerking met sleutelpersonen op het gebied van mensen met een migratieachtergrond.

Praktijkvoorbeeld PARAPLU
In het PARAPLU-project zijn vanaf de start ouderen zelf betrokken geweest bij het plannen en uitvoeren van het project in meerdere regio’s. Zij waren aangesloten vanuit het Doelgroeppanel van Netwerk 100. De ouderen namen structureel deel aan de overleggen met de projectgroep en dachten kritisch mee over de inhoud en uitvoer van het project, bijvoorbeeld met betrekking tot de uitvoerbaarheid van bepaalde methoden voor gegevensverzameling bij de oudere doelgroep om de effectiviteit van de interventie te kunnen meten. Zie hier voor meer informatie over PARAPLU.

Breng in kaart of er vanuit de doelgroep voldoende (potentiële) vraag is naar de paramedische interventie. Hiervoor kun je een (klein) behoefteonderzoek doen.

Een voorbeeld van een stappenplan om dit te doen is:

  1. Specificeer de doelgroep van jullie interventie en ga na wat de kenmerken van deze doelgroep zijn (leeftijd, SES, woonomgeving etc.).
  2. Bekijk bestaande bronnen met cijfers daarover. Bijvoorbeeld de cijfers van het Nivel, VZinfo, regioplannen en -beelden, informatie van regionale huisartsorganisatie in uw regio en cijfers van het CBS. Ga na of er al signalen of trends zijn waaruit blijkt dat er een behoefte aan de interventie is.
  3. Bevraag de doelgroep in interviews, focusgroepen en/of door vragenlijsten. Vraag waar men tegenaan loopt, wat er gemist wordt in het huidige zorgaanbod en of ze gebruik zouden maken van jullie interventie als die beschikbaar zou zijn. Sluit waar het kan aan bij bestaande bijeenkomsten in de regio.
  4. Bevraag ook andere stakeholders zoals professionals, gemeenten, cliëntvertegenwoordigers en zorgverzekeraars.
  5. Breng al je bevindingen samen en beschrijf wat de grootste zorgbehoeften zijn onder jouw doelgroep, hoe urgent het probleem is en of jullie interventie de oplossing is die hierbij aansluit.
Zorg dat alle communicatie begrijpelijk is voor alle doelgroepen. Gebruik hiervoor communicatie op B1 niveau. Op de website Is het B1 kun je nagaan of een woord B1 niveau is. Stichting Accessibility biedt een tool om stukken tekst te checken op leesniveau. Pharos biedt een methodiek om begrijpelijk voorlichtingsmateriaal te maken. Bij voorkeur worden de materialen getest bij de potentiële doelgroep.

Heb extra aandacht voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Zie ook advies Besteed aandacht aan gezondheidsvaardigheden. Maak ook gebruik van toegankelijke informatie die er al is zoals de website Steffie – Gezondheid waar ingewikkelde onderwerpen in eenvoudige taal uitgelegd worden.

Adviezen toegankelijkheid & continuïteit

Zorg ervoor dat voor hulpvragers en naasten duidelijk is wat de rollen en taken van (paramedische) professionals zijn. Wie doet wat en wanneer? Om de doelgroep daarover voor te lichten kun je verschillende stappen nemen:

  1. Ontwikkel een zorgwegwijzer. Dit is een hulpmiddel voor burgers om passende zorg te vinden in de regio. Neem in de wegwijzer minimaal informatie op over zorgmogelijkheden, zorgaanbieders en waar mensen terecht kunnen voor vragen over zorg in de regio. Een zorgwegwijzer kun je vormgeven op papier of op een website zoals bij de Stichting Voor Regionale Zorgverlening Zeeland.
  2. Maak gebruik van ervaringsverhalen in woord of beeld. Laat in je communicatie mensen uit de doelgroep zélf vertellen hoe ze de weg naar zorg vonden en wat hun ervaringen zijn met de interventie. Voor voorbeelden van ervaringsverhalen: tekst & filmpje.
  3. Ga na welke voorlichtingskanalen door jouw doelgroep gebruikt worden (folders, sociale media, wijkkrant etc.). Verspreid je materialen via deze kanalen.
  4. Herhaal de boodschap over jouw interventie op meerdere momenten en via verschillende kanalen.
  5. Richt je communicatie ook op professionals. Zorg dat degene die de zorg voor jouw doelgroep coördineert goed weet wanneer jullie interventie ingezet kan worden. En breng ook andere professionals zoals praktijkondersteuners, wijkverpleegkundigen, huisartsen en sociaal werkers op de hoogte van de inhoud van jullie interventie en wanneer ze bij jullie terecht kunnen.

Praktijkvoorbeeld EDOMAH
Huisartsen hebben onder andere als taak om mensen te informeren over passende zorg in de regio. In de regio Maashorst-Oss werd geconstateerd dat huisartsen onvoldoende wisten over wat een EDOMAH-ergotherapeut te bieden heeft en wanneer deze ingezet kan worden om mensen met dementie en naasten te ondersteunen. Binnen het EDOMAH-project is daarom besloten om de huisartsen in de regio in kaart te brengen en om deze te benaderen en hen op verschillende manieren informatie te verstrekken over de rollen en taken van de ergotherapeut.
Zie hier voor meer informatie over het EDOMAH-project.
Een vaste coördinator/contactpersoon is belangrijk en zorgt voor betere ervaringen bij de cliënt en naaste, minder druk op de naaste, betere afstemming van zorg en kostenbesparing (zie bijvoorbeeld de doorrekening voor de inzet casemanagement dementie) doordat er efficiënter gewerkt wordt en zorg kan worden uitgesteld bijvoorbeeld doordat problemen eerder gesignaleerd worden.
Zie ook advies overweeg interprofessionele samenwerking.
Vermijd wisselingen van zorgprofessionals. De volgende adviezen kunnen daarbij helpen.
  1. Werk met een vast (interprofessioneel) team.
  2. Gebruik een roosterbeleid dat gericht is op cliëntenbinding en de behoeften van de cliënt, niet alleen op personeelsbeschikbaarheid en productie.
  3. Plan medewerkers op vaste dagen/tijden bij dezelfde cliënten. Gebruik eventueel planningssoftware die rekening kan houden met continuïteit. Geef medewerkers invloed op hun rooster en werkdruk.
  4. Zorg voor beperkte personeelswisselingen door het bevorderen van werkplezier, ontwikkelmogelijkheden en goede begeleiding.
  5. Zorg bij afwezigheid voor een goede overdracht en een up-to-date dossier.

Praktijkvoorbeeld Transmuraal Schouderspreekuur Almere (TSA)
Het Transmuraal Schouderspreekuur Almere (TSA) werkt met vaste tijdstippen waarop het spreekuur wordt aangeboden. Op deze tijdstippen kunnen hulpvragers worden ingepland voor het spreekuur. Dit zorgt voor een duidelijke structuur en biedt voordelen voor hulpvragers, verwijzers én de professionals die de zorg inplannen en leveren. De vaste tijdstippen maakt het mogelijk om wachttijden te beperken, afspraken efficiënt te plannen en de bezetting optimaal af te stemmen op de zorgvraag.

Iedere dinsdag van 08:00 tot 12:00 uur en vrijdag van 08:00 tot 14:00 uur vindt dit spreekuur plaats. Hulpvragers worden verwezen via ZorgDomein. De hulpvrager maakt de afspraak telefonisch; door zelf te bellen of de hulpvrager wordt gebeld. De planning wordt ondersteund door de fysiodesk (administratieve ondersteuning) van fysiotherapie zorggroep Almere, waardoor afspraken eenvoudig kunnen worden ingepland, bevestigd en beheerd. In samenwerking met de huisarts wordt vooraf afgestemd welke hulpvragers in aanmerking komen voor het spreekuur, zodat de juiste zorg op het juiste moment geleverd wordt.

De fysiotherapeuten die binnen het TSA werkzaam zijn, beschikken over specifieke competenties gericht op het diagnosticeren van de schouder. Doel is dat minimaal 1 extended scope specialist op het spreekuur aanwezig is. Deze moet bevoegd en bekwaam zijn voor het zetten van de injectie. De fysiotherapeuten lopen altijd mee met de orthopedisch chirurg voordat zij op het TSA ingezet kunnen worden. Dit geldt bij voorkeur ook voor de (kader)artsen. Door deze hoge eisen is het vinden van geschikt personeel een uitdaging. Daarom investeert het TSA actief in werkplezier en professionele ontwikkeling, onder andere door het bieden van bij- en nascholingsmogelijkheden, intervisies, loopbaanperspectief en een gezonde werk-privébalans. Ook wordt er gestreefd naar een open en ondersteunende werkcultuur waarin medewerkers zich gewaardeerd voelen en hun expertise verder kunnen ontwikkelen.

Zie hier voor meer informatie over het TSA project.

Adviezen vormgeven van de zorg en ondersteuning

Stel bij het verlenen van zorg de kwaliteit van leven boven de optimale behandeling van ziekten. Bij mensen in een kwetsbare positie adviseert het landelijk expertisecentrum Pharos de gesprekskaart.
Stel samen met de hulpvrager en diens naaste de doelen voor de behandeling vast. Bespreek de voor- en nadelen van de behandeling voor de gezondheid en kwaliteit van leven en beslis samen hoe de doelen kunnen worden gehaald. Zie voor meer informatie over Samen beslissen de website van Zorg voor beter. Gebruik deze principes ook bij overgangen tussen de verschillende zorglijnen, bijvoorbeeld de ontslagplanning van het ziekenhuis naar huis. Overweeg het gebruik van keuzehulpen. Wijs de hulpvrager op de drie goede vragen van Samen beslissen. Samen beslissen met mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden vraagt vaak extra aandacht. Van de bevolking van 18 jaar en ouder is een derde niet voldoende gezondheidsvaardig (Nivel). Bij hen is het bijvoorbeeld extra belangrijk om de terugvraagmethode te gebruiken en het besluit te evalueren. Op de webpagina van Pharos staat meer informatie over samen beslissen met mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden, en ook materialen om dit te bevorderen.

Maak ook afspraken over informatie-uitwisseling. Spreek af met de hulpvrager hoe informatie uitgewisseld wordt, digitaal of op een andere manier. Dit geldt zowel voor de wensen van de hulpvrager over de uitwisseling tussen professionals onderling, als tussen professionals en hulpvrager.

Praktijkvoorbeeld EDOMAH
Het EDOMAH-programma dat in de regio Maashorst-Oss geïmplementeerd wordt, start met een uitgebreide fase waarin het probleem en de situatie van de cliënt en naaste in kaart wordt gebracht. Op basis van de verzamelde informatie wordt een aparte sessie besteed aan het stellen van doelen samen met de persoon met dementie en de naaste. Hierbij worden gezamenlijke doelen opgesteld en doelen voor de persoon met dementie en de naaste apart. Het doelengesprek wordt zo vormgegeven dat de persoon met dementie echt zijn eigen wensen kan uiten en de doelen niet door een ander voor hem/haar bedacht worden.
Zie hier voor meer informatie over het EDOMAH-project.
Betrek het sociale netwerk van de hulpvrager en diens naaste bij de behandeling of ondersteuning. Steun vanuit de sociale omgeving draagt bij aan het ontwikkelen van zelfmanagementvaardigheden van hulpvrager en diens naaste. Zet bijvoorbeeld de volgende stappen:
  1. Breng het sociale netwerk van de hulpvrager behoren. Gebruik hiervoor een tool zoals een ecogram.
  2. Bespreek met de hulpvrager of hij/zij mensen uit het netwerk wil betrekken en wie welke rol kan vervullen.
  3. Verwerk de betrokkenheid van het netwerk expliciet in de behandeldoelen.
  4. Betrek netwerkleden bij overlegmomenten, bijvoorbeeld tijdens evaluaties of multidisciplinair overleg (als de hulpvrager hiermee instemt).
Let op: Wees alert op overbelasting van mantelzorgers en bespreek grenzen en verwachtingen. Bied ondersteuning aan mantelzorgers waar nodig.

Heb er aandacht voor dat mensen moeite kunnen hebben om hulp te accepteren. De volgende tips kunnen bijdragen aan het accepteren van hulp:
  • Laat zien dat het vragen van hulp normaal is en bijdraagt aan herstel.
  • Laat de hulpvrager zelf bepalen wie er betrokken wordt en op welke manier.
  • Onderzoek tegenstrijdige gevoelens van de hulpvrager over hulp vragen (“ik wil het zelf doen, maar het is wel zwaar”). Gebruik hiervoor bijvoorbeeld motiverende gespreksvoering.
  • Begin met laagdrempelige hulp (bijv. iemand laten meegaan naar een afspraak).
  • Erken emoties zoals schaamte, schuld of trots die het aannemen van hulp kunnen blokkeren.
Veel paramedische behandelingen hebben als doel om de zelfredzaamheid te bevorderen. Besteed bij het ondersteunen en behandelen van hulpvragers aandacht aan het ontwikkelen van zelfmanagementvaardigheden. Zie voor meer informatie en uitleg over zelfmanagementvaardigheden de website van Zorg voor beter.

In het kort wordt zelfredzaamheid bevorderd door:
  • Een actieve, centrale rol van de hulpvrager.
  • Het praktisch trainen van betekenisvolle taken.
  • Het werken met motiverende en oplossingsgerichte benaderingen.
  • Samen doelen stellen die de hulpvrager zelf belangrijk vindt.
  • Inzetten van tools, netwerk en educatie om zelfredzaamheid te bevorderen.

Praktijkvoorbeeld Reablement
Reablement is een interprofessionele interventie waar paramedici zoals de ergotherapeut en fysiotherapeut een belangrijke rol in hebben. Het primaire doel van reablement interventies is het bevorderen van de zelfredzaamheid en versterken van de eigen regie en eigen kracht waarbij de cliënt en het sociale netwerk een actieve rol hebben.
Sluit aan op de gezondheidsvaardigheden van de hulpvrager, om therapieontrouw, miscommunicatie en ineffectieve zorg te voorkomen. Gezondheidsvaardigheden gaan over het vermogen om informatie over gezondheid te vinden, begrijpen, beoordelen en toepassen bij het nemen van beslissingen over de eigen gezondheid (Pharos). Om aan te sluiten op de gezondheidsverschillen is het volgende belangrijk:
  1. Herken beperkte gezondheidsvaardigheden (o.a. moeite met taal of instructie begrijpen, informatie zoeken en interpreteren, gesprekken voorbereiden en vragen stellen, moeite met invullen van formulieren). Op de website van Pharos staat daar een checklist hoe je laaggeletterdheid kan herkennen.
  1. Sluit aan op het niveau en de stijl van informatieverwerking. Bijvoorbeeld door:
Het vergroten van positieve zelfbeoordeling (zelfrespect, zelfvertrouwen en het gevoel van eigenwaarde) is belangrijk. Dit beïnvloedt motivatie, gedrag, therapietrouw en herstel. Paramedici kunnen hier actief aan bijdragen, ook al is het geen direct behandeldoel. Bijvoorbeeld door:
  • Successen en sterke kanten zichtbaar te maken door kleine succes te benoemen, en op vooruitgang te focussen en niet op resultaat.
  • Een positieve benadering te gebruiken, zie het advies Werk volgens de visie van persoonsgerichte zorg en positieve gezondheid.
  • De hulpvrager zelfreflectie te laten ontwikkelen (waar bent u trots op deze week?).
  • Samen haalbare doelen te stellen om de hulpvrager succes te laten ervaren.
  • Het gevoel van controle en autonomie te vergroten door de hulpvrager regie en keuzes te geven.
  • Zelfmanagement te stimuleren. Focus daarbij op de persoonlijke sterke kanten en hulpbronnen die hij of zij al in zich heeft, en het ontwikkelen van gezonde copingmechanismen.
Besluitvorming voortgang
Besluit op basis van de evaluatie over de voortgang:
  • Maak bij positieve resultaten een borgingsplan en overweeg opschaling naar meer regio’s.
  • Overweeg bij minder positieve resultaten aanpassing van het opschalingsplan en doorloop fase 3 opnieuw